Berichten kunnen sturen bij stroomuitval
Een goeie vriend van me woont in Maasland op een boerderij en is bijna helemaal van het net af. Heeft tientallen zonnepanelen, een warmtepomp, thuisbatterijen en een gezond wantrouwen tegen alles wat “slim” heet maar wel gewoon een abonnement nodig heeft. Als ik hem iets zou vertellen over een nieuw kastje in mijn trapkast, zou zijn eerste vraag zomaar kunnen zijn: en wat doet dat als de stroom uitvalt?
Bij de meeste van mijn spullen is dat een ongemakkelijke vraag. Bij dit ding niet. Dus deze post is eigenlijk het antwoord dat ik hem dan zou kunnen geven.
Nee, niet dat van de KPN
Ik was dit voorjaar in het gemeentehuis bij een brainstormavond over noodsteunpunten. Toen ik LoRa noemde als (nood)communicatiemiddel, kwam er herkenning: “oja, dat van de KPN.” En dat klopt, maar het is precies het misverstand.
KPN heeft een LoRaWAN-netwerk: masten van één eigenaar, aangesloten op het stroomnet en op internet. Prima voor slimme watermeters. Maar bij een regionale stroomuitval is dat net zo onbereikbaar als de rest — masten hebben stroom nodig, en de data moet naar een server.
Wat ik hier draai is iets anders. MeshCore is een mesh: een netwerk zonder eigenaar en zonder middelpunt. Elk kastje ontvangt berichtjes en geeft ze door aan de volgende. Er is geen centrale, geen abonnement, geen server die het moet doen. Als er tussen mij en Rotterdam vier kastjes staan die het doorgeven, komt mijn bericht in Rotterdam aan. Valt er eentje weg, dan zoekt het de weg eromheen. En omdat zo’n ding hier op een dikke powerbank draait, doet hij het gewoon door als de wijk donker is.
Natuurlijk heeft elk voordeel zijn nadeel. De prijs die je er hiervoor betaalt is bandbreedte. Dit is geen internet. Dit is tekst, kilobits per seconde, en je stuurt geen foto’s. Het is de digitale variant van een portofoon. Met heel veel geduld.
Wat je nodig hebt (is minder dan je denkt)
Het hele kastje bestaat uit twee printplaatjes die op elkaar klikken. In mijn geval voor nu een XIAO ESP32-S3 — dat is het brein, met een usb-c-poort — en daarbovenop een Wio-SX1262, de radio. Samen een euro of twintig, als je het laat bezorgen. Antenne erop, firmware erin via een website in de browser, en je bent live.
En wat er níet nodig is, is minstens zo interessant:
Geen soldeerbout. De twee plaatjes klikken op elkaar, geen draad te bekennen. (Wil je er een accu ín, dan moet je wél solderen — die zit op twee soldeereilandjes en er is geen stekkeroptie. Ik soldeer niet, dus bij mij hangt er gewoon een powerbank aan: een Belkin van twintigduizend mAh houdt zo’n node dagen in de lucht.)
Geen abonnement, geen account, geen cloud. Er is niks om in te loggen.
Geen zendmachtiging. Het werkt op de vrije 868-band. In de Signal-groep waar ik lid van ben zitten wél radiozendamateurs - sommigen flink doorgewinterd ook - en die weten dingen die ik niet weet, maar je hebt hun kennis niet nodig om mee te doen.
Geen internet. Ik heb er thuis wél een dashboard aan hangen op mijn Pi, maar dat is luxe (lees: mijn luiheid). Het netwerk zelf heeft mijn Pi niet nodig.
Eén valkuil die je wel echt moet weten: koop expliciet de EU868-variant. De goedkope aanbiedingen die je voorbij ziet komen zijn vaak de 915 MHz-versie voor de Amerikaanse markt. Dat is niet in software te repareren, het praat niet met het Nederlandse netwerk, en het mag hier niet eens. Kopen bij een Nederlandse of officiële leverancier verhelpt dat hele probleem.
De drie weken dat ik dacht dat het werkte
Nu het eerlijke deel, want anders wordt dit alleen maar een marketingpraatje.
Ergens begin augustus is mijn node opgehouden met ontvangen. Niet met een foutmelding, niet met een lampje dat uitging — hij deed gewoon alsof er niks meer langskwam. Ik kreeg dat pas dagen later door, en toen ik het doorhad, ben ik nog een keer de fout in gegaan: ik keek in de app naar de berichtenlijst, zag daar berichten staan en concludeerde dat het wel goed zat. Maar die lijst is een lokale kopie. Die staat er ook nog als je radio al drie weken doof is.
De les die ik daaruit meeneem is groter dan dit kastje: een systeem dat stilletjes stopt is gevaarlijker dan een systeem dat er door een grote knal mee ophoudt. Bij mijn backups heb ik daarom controles die aan de bel trekken. Voor deze node had ik dat dus niet.
Wat er daarna gebeurde klinkt bijna als een slecht detectiveverhaal. Nieuwe radio besteld, omgewisseld, niets. Nieuwe antennekabel erop, niets. En toen heb ik hem van de usb-poort van mijn Pi gehaald, op de powerbank gezet en boven bij een raam gelegd.
Binnen een uur kwam het eerste verkeer binnen. Aan het eind van de avond hoorde ik al zevenenvijftig doorgeefstations, van Wassenaar tot Dieren, waarvan zeven die ik nog nooit eerder had gezien.
Hetzelfde kastje. Dezelfde software. Alleen een andere plek en een andere stroombron. Zo werkt het dus…
Waarom dat het echte verhaal is
Die usb-kabel naar mijn Pi kostte me ongeveer 29 decibel aan ruis. Dat klinkt abstract, maar het betekent gewoon: alles wat zwak binnenkwam, verdronk in het geruis van mijn eigen elektronica. De signalen die ik vervolgens boven bij het raam ontving, waren al sterker omdat ze geen stoorzenders tegenkwamen.
Dus wat er nodig is om zo’n ding aan de praat te krijgen, is eigenlijk niet “twintig euro aan onderdelen”. Het is: twintig euro, en dan het geduld om uit te zoeken wáár die node moet liggen. Hoogte en afstand tot je eigen electronica doen meer dan welke aankoop ook. Op een boerderij met een schuurdak en veel weiland er omheen is dat waarschijnlijk makkelijker dan in een twee-onder-een-kap uit 1910.
En nee, ik weet nog steeds niet of het nou de oude radio was of het antennekabeltje. Ik heb die twee dingen tegelijk vervangen. Dat is slordig, en ik ga het een keer uitzoeken door de oude kabel er weer op te zetten. Maar niet vandaag.
Een repeater dan?
De verleiding is groot. Hier in de driehoek Boskoop–Waddinxveen–Bodegraven is het aardig leeg op de kaart, en we hebben in ons dorp een kerk van een meter of dertig hoog. Een doorgeefstation (‘repeater’) daarin zou een vuurtoren zijn voor de hele omgeving. In Zoeterwoude-Dorp draait er al eentje in een kerktoren, op een zonnepaneel. En dat werkt, want is daar acht dagen getest zonder zon.
Toch doe ik dat nu niet, maar dat is wel een regel die ik mezelf heb moeten opleggen: eerst een eigen node die aantoonbaar werkt, dan aantonen dát er een gat is, en pas dán infrastructuur voor anderen neerzetten. Een doorgeefstation dat alleen berichten bijzet die toch al rondkomen, voegt niks toe behalve drukte in de lucht. Ik hoor op dit moment zevenenvijftig stations. Dat is geen dekkingsgat, dat is een goedgevuld netwerk.
Dus eerst maar eens een week kijken wat er binnenkomt, en de vraag stellen aan de mensen die de topologie beter kennen dan ik.
Waar dit eigenlijk over gaat
Op 12 september is er hier in het dorpshuis een test met een noodinformatiepunt: wat kan en moet er gebeuren bij een regionale stroomuitval. Ik ga erheen, met een node op een powerbank.
Want dat is wel een beetje het ongemakkelijke inzicht dat ik onderweg vond. Ik heb twee thuisbatterijen in de trapkast. Bij netuitval doen die precies niks — ze zijn netgekoppeld en schakelen zichzelf verplicht uit zodra het net wegvalt. Mijn zonnepanelen ook. Al die opgeslagen kilowattuur is onbereikbaar op precies het moment dat je hem nodig hebt.
Wat het dan wél doet, voelt een beetje als kruimelwerk: een Pi op een noodaccu, en een kastje van twintig euro dat berichtjes doorgeeft aan het volgende kastje van twintig euro. Niet indrukwekkend. Wel afhankelijk van niemand.
--JB
Gebruikte onderdelen: Seeed XIAO ESP32-S3 met Wio-SX1262-radio, MeshCore companion-firmware v1.17.0, een 11 cm antenne van TinyTronics met u.FL-naar-SMA-kabeltje, Belkin 20.000mAh powerbank. Thuis draait er een MeshMonitor-dashboard naast op de Pi, bereikbaar via de eigen tunnel. Op mijn telefoon met /e/OS gebruik ik de app KiekR. De diagnose van deze week is samen met Claude gedaan via MCP — één variabele per keer, dat werkte dit keer ook weer het best.